De ‘reclamesector’ krijgt een adempauze van de Eerste Kamer: tot het einde van het jaar. Dat is de voornaamste uitkomst van het debat in de Senaat over de Telecommunicatiewet, beter bekend als de ‘cookiewet’. ‘Meer dan bevredigend’ noemde CMC-voorzitter Jan Schinkelshoek dat resultaat. ‘Het bedrijfsleven krijgt de vereiste armslag om een eigen code te ontwikkelen.’
De ‘reclamesector’ krijgt een adempauze van de Eerste Kamer: tot het einde van het jaar. Dat is de voornaamste uitkomst van het debat in de Senaat over de Telecommunicatiewet, beter bekend als de ‘cookiewet’.
Met flinke tegenzin ging de Eerste Kamer gisteravond akkoord met de grootscheepse herziening van de Telecommunicatiewet, een wet die – na de debatten in de Tweede Kamer, midden vorig jaar – aan ‘cookies’ extra beperkingen en voorwaarden stelt. Met name door toedoen van PvdA, PVV en D66 werd een expliciete ‘toestemmingsvereiste’ van gebruikers verplicht gesteld (artikel 11.7a), waarmee het Nederlandse bedrijfsleven binnen ‘Europa’ op achterstand werd gesteld.
Door een ‘cookiecoalitie’, aangevoerd door IAB en ondersteund door het CMC, is een actieve lobby gevoerd tegen die aangescherpte Telecomwet. Tot na het weekeinde is er achter de schermen druk overleg gevoerd. Met name toen bleek dat de Eerste Kamer niet van plan was om het wetsvoorstel ‘controversieel’ te verklaren en van de agenda af te voeren.
Na een middag debatteren in de Eerste Kamer was de uitkomst ‘meer dan bevredigend’, zoals CMC-voorzitter Jan Schinkelshoek het na afloop noemde: de Telecommunicatiewet is aanvaard, maar de invoering van de gewraakte anti-cookiebepalingen is tot het einde van het jaar opgeschort.
Die politieke ‘deal’ ligt vast in een motie van CDA-senator Franken, die breed wordt gesteund (VVD, PvdA, SP, ChristenUnie en SGP). Kernpunten: 1. Geef het bedrijfsleven de kans om op korte termijn een eigen code [‘protocol’] te ontwikkelen, met name binnen Europees verband. 2. Voer de gewraakte anti-cookiebepaling niet in voor 31.12.2012; 3. Dring er bij de toezichthouder OPTA op aan om vooralsnog ‘terughoudend toezicht’ uit te voeren; 4. Organiseer nog voor het einde van het jaar een breed overleg tussen toezichthouders, ‘advertentiebranche’ en consumenten om uiteindelijke invoering zo gladjes mogelijk te laten verlopen.
‘Dit is een onverwacht goed eindresultaat, uitkomst van een coöperatieve opstelling van de Eerste Kamer’, becommentarieert CMC-voorzitter Jan Schinkelshoek. ‘Als je ziet waar we een jaar geleden - na de beslissing van de Tweede Kamer stonden - stonden, is het een markante verbetering: het bedrijfsleven krijgt de benodigde armslag.’
Het belangrijkste winstpunt is volgens Schinkelshoek dat de ’advertentiebranche’, zoals de motie het noemt, ‘de kans krijgt om te laten zien dat zelfregulering ernst is’. ‘We hebben gevochten voor een eigen verantwoordelijkheid. Die hebben we gekregen. En die moeten we nu waar maken.’